ECLI:NL:GHAMS:2014:794
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.W. Hoekzema
- G.J. Visser
- M.P. van Achterberg
- Rechtspraak.nl
Schadestaatprocedure wegens beroepsfout advocaat bij beëindiging arbeidsovereenkomst en concurrentiebeding
In deze civiele zaak draait het om een schadestaatprocedure tegen een advocaat die zijn cliënt bijstond in een geschil met diens werkgever. Het hof stelde eerder vast dat de advocaat zonder instructie het voorstel van de werkgever had aanvaard, wat een beroepsfout opleverde. Deze fout leidde tot aansprakelijkheid voor de schade die de cliënt daardoor leed.
De cliënt vordert in deze schadestaatprocedure een schadevergoeding van ruim € 274.000, waarvan € 120.000 verband houdt met inkomensderving door het concurrentiebeding in de beëindigingsovereenkomst. De rechtbank wees deze vordering grotendeels af en veroordeelde de advocaat tot betaling van circa € 29.750 netto, vermeerderd met rente.
In hoger beroep richt de cliënt zich alleen tegen de afwijzing van de schade wegens het concurrentiebeding. Het hof oordeelt dat er onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat zonder de beroepsfout een gunstiger resultaat ten aanzien van het concurrentiebeding zou zijn bereikt. De cliënt had zelf het concurrentiebeding voorgesteld en het belang van de werkgever bij het beding was evident. De overige grieven falen eveneens, zodat het vonnis wordt bekrachtigd.
Het hof veroordeelt de cliënt in de kosten van het hoger beroep en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de schadevergoeding wegens het concurrentiebeding af wegens onvoldoende aannemelijkheid van een beter resultaat zonder beroepsfout.