ECLI:NL:GHAMS:2014:853

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 maart 2014
Publicatiedatum
26 maart 2014
Zaaknummer
200.134.748 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:349a lid 2 BWArt. 2:350 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanwijzing onderzoeker en commissaris in enquêteprocedure besloten vennootschappen

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde op 20 maart 2014 een beschikking in een enquêteprocedure gericht op meerdere besloten vennootschappen, waaronder [A] B.V. en [B] B.V. De procedure betreft een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van deze vennootschappen over respectievelijk de periodes vanaf 4 december 2000 en 3 januari 2003.

Bij een eerdere beschikking van 17 maart 2014 was reeds bepaald dat een nader aan te wijzen persoon het onderzoek zou verrichten en dat tevens een commissaris zou worden benoemd als onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding. In deze beschikking wijst de Ondernemingskamer mr. G.W. Breuker aan als onderzoeker en mr. H.F. Doeleman als commissaris.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. De zaak betreft een civielrechtelijke procedure binnen het ondernemingsrecht, waarbij de Ondernemingskamer toezicht houdt op het bestuur van de betrokken vennootschappen.

Uitkomst: De Ondernemingskamer wijst een onderzoeker en een commissaris aan en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.134.748/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 20 maart 2014
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[P] B.V.,
gevestigd te [plaats],
VERZOEKSTER,
advocaat:
mr. W.P. den Hertog, kantoorhoudende te Den Haag,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A] B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B] B.V.,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C] B.V.,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[D] B.V.,
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[E] B.V.

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[F] B.V.,
7. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[G] B.V.,
8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[H] B.V.,
9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[J] B.V.,
10. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[K] B.V.,
alle gevestigd te [plaats],
VERWEERSTERS,
advocaten:
mr. A. Haanen
mr. J. Groot, kantoorhoudende te Utrecht,
e n t e g e n
de stichting
[L] B.V.,
gevestigd te [plaats],
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. A. Haanen
mr. J. Groot, kantoorhoudende te Utrecht.

1.Het verloop van het geding

1.1
In het vervolg zal verweerster sub 1 worden aangeduid met [A], verweerster sub 2 met [B], en alle verweersters gezamenlijk met [A] c.s.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikking van 17 maart 2014 in deze zaak.
1.3
Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van [A] c.s. over de periode vanaf 4 december 2000 en wat betreft [B] over de periode vanaf 3 januari 2003, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot commissaris van [A] en van [B].

2.De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden personen aanwijzen als onderzoeker onderscheidenlijk commissaris, een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 17 maart 2014 in deze zaak.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
wijst aan als onderzoeker als bedoeld in de beschikking van 17 maart 2014 in deze zaak: mr. G.W. Breuker te Groningen;
wijst aan als commissaris als bedoeld in de beschikking van 17 maart 2014 in deze zaak:
mr. H.F. Doeleman te Amsterdam;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.P. Nieuwe Weme, en prof. dr. M.A. van Hoepen RA en G.A. Cremers, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 20 maart 2014.