Uitspraak
mr. I.M.C.A. Reinders Folmerte Amsterdam,
mr. J.B. Maliepaardte Bleiswijk.
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond centraal of de echtgenote van geïntimeerde tijdig op de hoogte was van de effectenleaseovereenkomsten, zodat haar buitengerechtelijke vernietigingsverklaring rechtsgeldig was. Dexia stelde dat de echtgenote al meer dan drie jaar voor de vernietiging bekend was met de leaseovereenkomsten, waardoor het vernietigingsrecht was verjaard. De kantonrechter achtte het bewijsvermoeden van Dexia voorshands bewezen, maar stond tegenbewijs toe.
Geïntimeerde en zijn echtgenote werden als getuigen gehoord. Hun verklaringen waren op hoofdlijnen consistent en overtuigend: de echtgenote was pas in het voorjaar van 2004, na een televisie-uitzending, voor het eerst bewust van de leaseovereenkomsten. Zij had geen financiële betrokkenheid en had de contracten nooit gezien. De kantonrechter oordeelde dat het bewijsvermoeden was ontzenuwd en veroordeelde Dexia tot betaling en het ongedaan maken van een negatieve BKR-registratie.
In hoger beroep voerde Dexia aan dat eerdere betalingen van de echtgenote haar eerdere kennis van soortgelijke leaseovereenkomsten bewezen, en dat de getuigenverklaringen onvoldoende consistent waren. Het hof volgde de kantonrechter en achtte de verklaringen geloofwaardig en consistent, ook gelet op de beperkingen van geheugen en waarneming. De grieven van Dexia werden verworpen en het vonnis bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de echtgenote tijdig de leaseovereenkomsten heeft vernietigd en veroordeelt Dexia in de proceskosten.