Uitspraak
Onderzoek ter terechtzitting
Ontvankelijkheid van het ingestelde hoger beroep
‘Dossier is niet compleet. Ik heb mij niet kunnen verdedigen’.
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak tegen verdachte, die in eerste aanleg veroordeeld was tot een geldboete van €100 wegens een feit met een maximale gevangenisstraf van twee jaren, werd hoger beroep ingesteld. Het hof onderzocht de ontvankelijkheid van het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.
Verdachte had een standaardformulier ingevuld waarop hij aangaf onschuldig te zijn, maar hij diende geen concrete grieven of bezwaren schriftelijk in en verscheen niet ter terechtzitting in hoger beroep. Het hof oordeelde dat het formulier niet voldeed als schriftuur houdende grieven en dat verdachte geen actieve proceshouding toonde die van hem verwacht mocht worden.
Gezien de relatief lichte aard van de zaak en het ontbreken van een rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke behandeling, verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor blijft het vonnis van de rechtbank Alkmaar van 5 oktober 2012 in stand.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het ontbreken van schriftelijke grieven en niet verschijnen.