Uitspraak
mr. S. Scheimannte Rotterdam,
mr. D. Knottenbeltte Rotterdam.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen hadden een affectieve relatie van 1992 tot 2005 en woonden samen vanaf 1993 zonder samenlevingscontract. Zij kochten samen een woning in 1996, waaruit twee kinderen werden geboren. De man verliet de woning in 2005, waarna de vrouw met de kinderen bleef wonen tot 2009.
De rechtbank had de vrouw veroordeeld tot betaling aan de man van €33.752 voor verrekening van hypotheekrente en levensverzekering. Het hof ’s-Gravenhage stelde later vast dat de vordering van de man deels verjaard was en matigde de vordering. De Hoge Raad vernietigde dit arrest en verwees de zaak terug.
Het hof stelt dat partijen zich stilzwijgend hebben gedragen volgens een taakverdeling waarbij de vrouw niet hoefde bij te dragen aan de hypotheekrente en premies. Na vertrek van de man in 2005 was er een mondelinge afspraak dat de man de volledige hypotheekrente zou betalen. De man heeft voldaan aan een natuurlijke verbintenis jegens vrouw en kinderen door de hypotheekrente te betalen, waardoor terugvordering is uitgesloten.
De levensverzekering was in 2003 afgekocht en de afkoopwaarde volledig aan de man toegekomen. Daarom hoeft de vrouw niet bij te dragen aan premies levensverzekering. Het hof vernietigt het eerdere vonnis voor zover de vrouw aan de man moest betalen en veroordeelt de man tot betaling aan de vrouw van €48.385 plus wettelijke rente vanaf 22 oktober 2008. De kosten van het geding worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof veroordeelt de man tot betaling aan de vrouw van €48.385 plus wettelijke rente en wijst de vordering van de man tot vergoeding van hypotheekrente en premies af.