ECLI:NL:HR:2012:BV9539
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- A.H.T. Heisterkamp
- C.E. Drion
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagplicht ex-partner voor hypotheekrente en levensverzekering na beëindiging affectieve relatie zonder samenlevingscontract
Partijen hadden een affectieve relatie van 1992 tot 2005 zonder samenlevingscontract, waarbij zij gezamenlijk een woning bezaten en twee kinderen kregen. De vrouw stopte met werken na de geboorte van het tweede kind. Het hof oordeelde dat zij toch voor de helft van de hypotheekrente en levensverzekering moest bijdragen, omdat dit haar eigen keuze was zonder afwijkende afspraken.
De vrouw stelde dat er stilzwijgende afspraken en een feitelijk gegroeide taakverdeling waren die het draagplichtbeginsel beïnvloeden. De Hoge Raad overweegt dat het hof onvoldoende rekening hield met deze stilzwijgende afspraken en de juiste maatstaf (Haviltex) niet adequaat toepaste. Ook was de motivering over de natuurlijke verbintenis ontoereikend.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van de draagplicht van de vrouw voor de hypotheekrente en premies levensverzekering over de periode september 2002 tot april 2009, waarbij zij maximaal voor de helft kan worden aangeslagen.
De kosten van het cassatiegeding worden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor herbeoordeling van de draagplicht van de vrouw.