ECLI:NL:GHAMS:2015:1015
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over beëindiging zorgverzekering en mededelingsplicht volgens Zorgverzekeringswet
Appellant, een vreemdeling die sinds 2002 in Nederland verblijft en destijds verzekerd was via een ziekenfondsverzekering bij Agis, kwam in hoger beroep tegen een vonnis dat hem veroordeelde tot betaling van achterstallige premies en eigen risico. Agis stelde dat de basiszorgverzekering vanaf 1 januari 2006 rechtsgeldig tot stand was gekomen en dat appellant geen recht had op voortzetting van de verzekering vanwege het ontbreken van een geldige verzekeringsplicht.
Het hof overwoog dat de verzekeringsplicht onder de Zorgverzekeringswet gekoppeld was aan het verzekerde-begrip van de AWBZ en dat vreemdelingen zonder onvoorwaardelijke toelating en zonder loonbelastingplicht niet als verzekerden worden aangemerkt. Appellant voerde aan dat zijn verzekering van rechtswege was geëindigd per 1 januari 2006, maar het hof stelde dat hij niet had voldaan aan zijn mededelingsplicht om Agis tijdig te informeren over het einde van zijn verzekeringsplicht.
Agis had de verzekering per 22 oktober 2009 beëindigd wegens onbekendheid met verzekeringsplicht. Het hof oordeelde dat appellant de bewijslast droeg voor het eerder eindigen van de verzekering en dat dit niet was aangetoond. De zaak werd aangehouden voor een comparitie om bewijs en schadevergoeding nader te bespreken en om een minnelijke regeling te onderzoeken.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor een comparitie om bewijs en schadevergoeding nader te bespreken en een minnelijke regeling te onderzoeken.