Uitspraak
mr. R.E. Jonente Haarlem,
mr. P. Katzte Amsterdam.
1.Het geding in hoger beroep
onvoorwaardelijkgeldt);
2.Feiten
3.Beoordeling
ontstond als gevolg van de beëindiging van de vennootschap en de voortzetting van de exploitatie van het café door eiser";
als uittredend vennoot" dient te betalen;
in de zin van artikel 12 van Pro de vof-overeenkomst. Die bepaling ziet, onder verwijzing naar artikel 10 lid 1 sub Pro b, op het geval dat de vof eindigt ingevolge een verzoek daartoe van één der partijen indien de ander de overeenkomst niet nakomt of indien het vermogen van de ander onder bewind wordt gesteld. Dat geval doet zich inderdaad niet voor en in zoverre is dat oordeel van de rechtbank Haarlem juist, maar het laat onverlet dat, zoals hiervoor overwogen, de schuld aan EFM na de afwikkeling [geïntimeerde] geheel aanging. Het gezag van gewijsde van dat vonnis strekte zich niet tot dit punt uit.