ECLI:NL:GHAMS:2015:1133
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juiste wegingsfactor bij kostenvergoeding in bezwaarfase belastingzaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanmaningskosten die door de ontvanger van de Belastingdienst waren opgelegd in verband met een naheffingsaanslag loonheffing. Na een onjuiste beschikking over de beslistermijn werd aan belanghebbende een dwangsom en kostenvergoeding toegekend. Belanghebbende stelde dat de toegepaste wegingsfactor voor de kostenvergoeding onjuist was.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep stond enkel de juistheid van de toegepaste wegingsfactor ter discussie. Het hof oordeelde dat de ontvanger binnen zijn beoordelingsvrijheid een wegingsfactor van 0,25 mocht toepassen, gezien de aard en complexiteit van de zaak en het feit dat de beroepsmatig optredende gemachtigde zich vooral baseerde op de onjuiste vaststelling van de beslistermijn.
Het hof verwierp het betoog dat de onjuiste vaststelling het gevolg was van een verkeerde interpretatie van de wet en oordeelde dat het vertrouwensbeginsel niet werd geschonden door de toegepaste wegingsfactor. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd dat de wegingsfactor van 0,25 juist is toegepast.