ECLI:NL:GHAMS:2015:1153
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar indeling middenklasse uitzendbedrijven
Belanghebbende diende op 18 december 2009 bezwaar in tegen een beschikking van 24 december 2006 waarin zij was ingedeeld in de middenklasse uitzendbedrijven voor het jaar 2007. De inspecteur verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de zeswekentermijn voor het indienen van bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigt deze beslissing.
Het hof stelt vast dat de bezwaartermijn is begonnen op 25 december 2006 en eindigde op 5 februari 2007. Het bezwaar van belanghebbende werd ruim na deze termijn ingediend, zonder dat sprake was van een verschoonbare reden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat niet aannemelijk is dat belanghebbende binnen de termijn uitlatingen van de inspecteur heeft ontvangen waaruit zij mocht afleiden dat het bezwaar na termijn alsnog behandeld zou worden.
Het hof benadrukt dat de wettelijke termijnen van openbare orde zijn en niet kunnen worden gewijzigd door bestuursorganen. Omdat het bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard, komt het hof niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de indeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar blijft niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.