Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
expat) als koper een koopovereenkomst (hierna: de overeenkomst) gesloten met betrekking tot het appartementsrecht plaatselijk bekend als [adres] te [plaats] (verder: de woning). De overeenkomst luidt, voor zover hier van belang, als volgt (met weglating van een aantal typografische markeringen):
vóór de juridische levering van het verkochte een besluit heeft genomen waarin is opgenomen dat de eigenaar van het verkochte een dakterras mag realiseren, zal de koopprijs worden aangepast in € 400.000,00.
expats, zoals [appellant], gedurende tien jaar 30% van hun inkomen belastingvrij ontvangen als vergoeding voor hun huisvestingskosten in Nederland, verder: de 30%-regeling; hof)
is 381.457 toets 5,45 te lenen. Dit is dus ook lager dan de koopsom.
derhalve recht op de 30% regeling. ABN AMRO bank is een van de weinige banken die dit inkomen meenemen voor de maximale verstrekking. In dat geval moet het bedrag dat meer wordt geleend dan het bedrag dat op basis van het basissalaris haalbaar is, worden afgelost in de periode dat er nog recht is op de 30% regeling. [appellant] kwam dus hiervoor in aanmerking.
“onder de bij de grote erkende geldverstrekkende instellingen normaal geldende voorwaarden en bepalingen”. Ook als ABN AMRO en/of ING bereid was/waren [appellant] de maximaal benodigde financiering te verstrekken met toepassing van de 30%-regeling en een versnelde aflossingsverplichting, volgt daaruit niet dat een dergelijke financieringswijze kan worden aangemerkt als “normaal geldende voorwaarden en bepalingen” in de zin van artikel 9 en Pro dat [appellant] deze dus op grond van de artikel 9 had Pro te accepteren. De stelling van [geïntimeerde] dat een dergelijke financieringswijze gebruikelijk is, dus ook wordt toegepast door de andere in artikel 9 bedoelde Pro banken, is door [appellant] betwist en de juistheid ervan volgt niet reeds uit de stukken. Integendeel, [Y] geeft in zijn onder 3.1 (e) aangehaalde e-mail van 31 juli 2012 aan dat ING (na de afwijzing door ABN AMRO; hof) de enige bank is die rekening wilde houden met de 30%-regeling en [X] schrijft in zijn onder 3.1 (q) geciteerde e-mail van 7 maart 2014 dat ABN AMRO een van de weinige banken is die, kort gezegd, financieren met toepassing van de 30%-regeling. [geïntimeerde] heeft haar zojuist weergegeven stelling niet voldoende geconcretiseerd. In het bijzonder is het door haar gedane beroep op de Nibud richtlijnen en de Gedragscode Hypothecaire Financieringen in dit verband onvoldoende. Aan bewijslevering op dit punt kan dan ook niet worden toegekomen. Bij deze stand van zaken kan het hof er niet van uitgaan dat de voorwaarden waaronder ABN AMRO en/of ING [appellant] de maximaal benodigde financiering (mogelijk) wilde(n) verstrekken, te weten met toepassing van de 30%-regeling en een versnelde aflossingsverplichting, als normaal geldende voorwaarden en bepalingen als bedoeld in artikel 9 hebben Pro te gelden en moet worden geconcludeerd dat [appellant], ongeacht zijn beweegredenen daarvoor (zoals de niet te realiseren verbouwing), niet verplicht was de koopprijs op een dergelijke basis te financieren en/of zich in te spannen een dergelijke financiering te verkrijgen.