ECLI:NL:GHAMS:2015:1207
Gerechtshof Amsterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging executoriale beslagen ondanks betwisting misbruik van recht en noodtoestand
In deze civiele zaak stond de opheffing of schorsing van executoriale beslagen centraal die waren gelegd op het opstalrecht en vruchtgebruik van appellant. De appellant voerde aan dat de executie van het beslag niets of onvoldoende zou opleveren en dat sprake was van misbruik van recht door de beslaglegger. Daarnaast stelde appellant dat er een noodtoestand bestond vanwege de woonbelangen van hem en zijn gezin.
Het hof nam de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank over, waaronder het eerdere vonnis dat appellant veroordeelde tot betaling aan de beslaglegger, waartegen hoger beroep was ingesteld. Het hof oordeelde dat onzekerheid over het resultaat van de executie niet automatisch leidt tot misbruik van recht en dat appellant onvoldoende feiten had gesteld om misbruik aannemelijk te maken. Ook was het enkele feit dat appellant en zijn gezin hun woning zouden moeten verlaten onvoldoende voor het aannemen van een noodtoestand.
Verder verwierp het hof het betoog dat het vonnis van 30 juli 2014 evident onjuist zou zijn. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het verzoek tot opheffing of schorsing van de executoriale beslagen af.