ECLI:NL:HR:2004:AP4504
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Derdenbeslag op kredietfaciliteit van bank niet vatbaar voor beslaglegging
In deze zaak stond centraal de vraag of het onbenutte gedeelte van een kredietfaciliteit dat een cliënt bij een bank heeft, vatbaar is voor conservatoir derdenbeslag. De eiser, exploitant van een agrarisch bedrijf, had conservatoire derdenbeslagen gelegd onder andere onder de bank van verweerster 1, die een kredietfaciliteit bij deze bank had. De bank had het krediet opgeschort vanwege het beslag.
De voorzieningenrechter en het hof oordeelden dat het wilsrecht van de cliënt om de kredietfaciliteit af te roepen geen vermogensrecht is dat vatbaar is voor beslag. Het beslag onder de bank treft slechts het aanwezige creditsaldo en niet de kredietruimte die nog niet is benut. De Hoge Raad bevestigde deze lijn en verwierp het beroep van eiser dat stelde dat het beslag ook het onbenutte krediet zou treffen zodra de cliënt daarvan gebruik maakt.
De Hoge Raad motiveerde dat het wilsrecht tot afroep niet overdraagbaar is en dat beslag op toekomstige kredietruimte leidt tot een blokkering van onbepaalde duur zonder uitzicht op executie, wat in strijd is met de bedoeling van het beslagrecht. Ook praktische bezwaren, zoals het risico voor banken en het maatschappelijk belang van kredietverlening, ondersteunen deze opvatting.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten en verwierp het cassatieberoep, waarmee de eerdere uitspraken van de voorzieningenrechter en het hof werden bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het derdenbeslag op het onbenutte krediet is niet toegestaan.