Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de vrouwis het volgende gebleken.
de manis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gescheiden ouders met gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, dat bij de moeder verblijft. De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en haar alleen met het gezag te belasten, alsmede vervangende toestemming voor verhuizing naar Engeland met het kind. De rechtbank wees deze verzoeken af, evenals het verzoek tot een bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding.
In hoger beroep bevestigt het hof het uitgangspunt van gezamenlijk gezag en oordeelt dat onvoldoende aannemelijk is dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders. De communicatie tussen partijen is niet optimaal, maar wel toereikend om gezamenlijke beslissingen te nemen. Het verzoek tot alleenstaand gezag en een uitgekleed gezag worden afgewezen.
Ten aanzien van het verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing weegt het hof het belang van het kind af tegen het belang van de moeder om naar Engeland te verhuizen vanwege familie en werkperspectief. De moeder heeft echter onvoldoende concreet aangetoond dat zij in Nederland geen passend werk kan vinden en heeft onvoldoende onderbouwd waar en hoe de opvang en school van het kind in Engeland geregeld zullen worden. Daarom krijgt zij de gelegenheid om nadere stukken te overleggen, waarna een nieuwe zitting zal plaatsvinden. De overige verzoeken worden aangehouden in afwachting van deze beslissing.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot alleenstaand gezag af en houdt de beslissing over de vervangende toestemming voor verhuizing aan voor nadere onderbouwing.