ECLI:NL:GHAMS:2015:1939
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.L.D. Akkaya
- M.A. Goslings
- H.J.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis dwangakkoord wegens onvoldoende bewijs uiterste aanbod schuldenaar
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Holland dat appellanten verplichtte in te stemmen met een schuldregeling op grond van artikel 287a Faillissementswet. Appellanten betwistten de betrouwbaarheid van het schikkingsvoorstel en stelden dat het aanbod niet het uiterste was waartoe geïntimeerden financieel in staat waren.
Het hof heeft het beroepschrift en verweerschrift bestudeerd en vastgesteld dat onvoldoende is aangetoond dat het aanbod het uiterste is. Zo ontbraken onder meer medische verklaringen over arbeidsongeschiktheid, inzage in actuele cijfers en waardebepalingen van activa. Ook was onduidelijk welke bedrijfsmiddelen aan de bank waren verpand.
Hoewel de overige schuldeisers instemden met de schuldregeling, oordeelde het hof dat appellanten in redelijkheid tot weigering konden komen. Het vonnis van de rechtbank is daarom vernietigd en het verzoek tot dwangakkoord afgewezen. De zaak is verwezen naar de rechtbank voor beslissing over toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst het verzoek tot dwangakkoord af wegens onvoldoende bewijs dat het aanbod het uiterste is.