ECLI:NL:GHAMS:2015:2028
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewindvoering wegens onvoldoende financieel inzicht en noodzaak bewind
Appellante verzocht het hof om het bewind over haar goederen op te heffen, omdat zij van mening was dat de gronden voor onderbewindstelling niet langer aanwezig waren. Zij stelde dat zij schuldenvrij was, een opleiding volgde en zelfstandig haar financiën wilde beheren. De kantonrechter had haar verzoek eerder afgewezen en het bewind ingeschreven in het openbare curatele- en bewindregister.
Het hof oordeelde dat appellante onvoldoende had onderbouwd dat haar lichamelijke of geestelijke toestand was verbeterd sinds het instellen van het bewind in 2005. Zij ontbrak aan voldoende bewijs omtrent haar situatie en had onvoldoende inzicht in haar financiële situatie. Zo bleek uit verklaringen dat zij zonder overleg bestellingen deed die niet binnen haar budget pasten.
De bewindvoerder stelde dat appellante niet in staat was haar financiën zelfstandig te beheren en dat het bewind noodzakelijk was ter bescherming van haar belangen. Het hof vond dit aannemelijk en achtte het inschrijven van het bewind in het openbare register gerechtvaardigd.
Gelet op het gebrek aan onderbouwing en het voortdurende financiële gedrag van appellante, concludeerde het hof dat de gronden voor bewindvoering nog steeds aanwezig zijn en dat het verzoek tot opheffing terecht was afgewezen. Het hof bekrachtigde de beschikking van de kantonrechter.
Uitkomst: Het hof bevestigt de afwijzing van het verzoek tot opheffing van het bewind en de inschrijving daarvan in het openbare register.