Uitspraak
mr. E.L. Pasmaen
mr. A.E. van den Heuvel, kantoorhoudende te Utrecht,
mr. K. Mousen
mr. T. van Malssen, kantoorhoudende te Nijmegen,
PATIENTENADVIESRAAD SINT MAARTENSKLINIEK NIJMEGEN,
mr. R.C. de Molen
mr. M.H.J. van Rest, kantoorhoudende te Den Haag.
Het verloop van het geding
2 De feiten
Reglement Patiëntenadviesraad (PAR) Nijmegen PRD RvB” (hierna: het Reglement) staan onder andere het doel, de werkwijze en de adviesbevoegdheid van de PAR en informatievoorziening aan de PAR geregeld. In de artikelen 9 en 11 daarvan staat:
veranderingen in de behandel-, onderzoek- en zorgfuncties van de Maartenskliniek inclusief de plannen tot vernieuwing of ingrijpende verbouwing;
de randvoorwaarden van de zorg die directe consequenties hebben voor de patiënten (bezoektijden, hotelfunctie, etc.);
kwaliteitsbewaking en -ontwikkeling van de patiëntenzorg;
patiëntenrechten waaronder ook een privacyreglement;
patiëntenvoorlichting;
klachtenbehandeling;
patiëntveiligheid.
“Informatieprotocol Raad van Bestuur - Patiëntenadviesraad”(hierna: het Informatieprotocol) staan nadere afspraken over de informatieverstrekking door de Raad van Bestuur aan de patiëntenadviesraden van Nijmegen en Woerden. In de artikelen 3.1 en 4.1 van het Informatieprotocol staat:
Uitoefening enquêtrecht)bepaalt onder andere:
3.2 Zorgbelang (…) zal de situatie beoordelen en over de betreffende aangelegenheid overleg voeren met de Raad van Bestuur (…)
4.2 Uit de stukken en uit de behandeling ter zitting is gebleken dat de PAR en de RvB zijn vastgelopen in een conflict rondom de vraag welke informatie de PAR uit hoofde van art. 5 WMCZ Pro moet krijgen om zijn taak te kunnen vervullen, welke informatie de PAR metterdaad heeft gekregen, of dat voldoende informatie was en welke informatie dan ontbreekt. Volgens art. 5 lid 1 WMCZ Pro verstrekt de zorgaanbieder, SMK, aan de cliëntenraad, PAR, tijdig en, desgevraagd, schriftelijk alle inlichtingen en gegevens die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. (…) Voor geschillen hieromtrent zal de PAR (…) in beginsel de weg van art. 10 lid 1 WMCZ Pro moeten volgen. (…) De RvB van SMK heeft er herhaaldelijk bij de PAR op aangedrongen het geschil over de informatieverstrekking aan de LCvV voor te leggen. De PAR heeft dat tot op heden geweigerd. Toch zal de PAR die weg moeten volgen. (…) Ook en daarnaast kan aan andere vormen van bemiddeling worden gedacht, maar de PAR heeft die tot op heden ook categorisch geweigerd, zolang hem niet alle stukken worden verschaft waarop hij meent recht te hebben.
beide partijen over het voetlicht te laten brengen op welke wijze zij tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter aankijken en op welke wijze zij de toekomstige samenwerking zien.”
Ik geef u graag de gelegenheid om op deze manier aan uw wens te voldoen om voldoende materiaal en kennis te verzamelen waarop u nog voorliggende adviesaanvragen en toekomstige adviesaanvragen in een goed perspectief kunt zetten.”
dat de PAR, hoewel de inhoud van dit processtuk en het tijdstip van indiening mogelijk een ander beeld oproepen, de opdracht van de Voorzieningenrechter serieus oppakt en reflecteert op de opmerkingen die de Voorzieningenrechter over de opstelling van de (voorzitter van de PAR) heeft gemaakt.”
“zowel de intentieverklaring als het projectplan, inclusief de PowerPoint presentatie met vier scenario’s beschikbaar komt voor PAR.”De Raad van Bestuur heeft voorts voorgesteld om samen met een mediator het vervolgtraject in te gaan. Op 20 februari 2015 en nogmaals op 23 februari 2015 heeft de Raad van Bestuur de – reeds getekende – intentieovereenkomst met betrekking tot het Kindcentrum Boxmeer aan de PAR toegestuurd.
Inmiddels is gebleken dat wij de intentieverklaring Kinderzorg SMK locatie MZH op 20 februari hadden ontvangen. Voor het overige hebben wij (ook naar aanleiding van onze brief van 24 februari) geen voldoende reactie ontvangen op onze brief van 6 februari 2015. Wij zullen ons dus verder richten op de procedure bij de Ondernemingskamer.”