ECLI:NL:GHAMS:2015:2717

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 juni 2015
Publicatiedatum
2 juli 2015
Zaaknummer
200.152.814-01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelarrest inzake kostenveroordeling incidenteel appel in civiele procedure

In deze zaak tussen Voortman Kantoormeubelen B.V. en geïntimeerde is op 12 mei 2015 een arrest uitgesproken door het gerechtshof Amsterdam. Bij dat arrest werd abusievelijk vermeld dat Voortman werd veroordeeld in de kosten van het incidenteel appel, terwijl in de rechtsoverweging was vastgesteld dat geïntimeerde deze kosten moest dragen.

De advocaat van Voortman heeft het hof bij brief verzocht het arrest te herstellen op grond van artikel 31 Rv Pro wegens deze kennelijke verschrijving. Het hof heeft de wederpartij in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar er is geen reactie ontvangen.

Het hof heeft geoordeeld dat het arrest inderdaad een eenvoudige herstelbare kennelijke verschrijving bevat en heeft daarom het arrest van 12 mei 2015 hersteld door in het dictum de kostenveroordeling aan geïntimeerde toe te wijzen in plaats van aan Voortman. Deze verbetering is op de minuut van het arrest gesteld en het arrest is op 30 juni 2015 openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het arrest van 12 mei 2015 is hersteld door de kostenveroordeling in het incidenteel appel aan geïntimeerde toe te wijzen in plaats van aan Voortman.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II
zaaknummer : 200.152.814/01
zaak/rolnummer rechtbank : 2395040 / CV 13-6669
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 30 juni 2015
inzake
VOORTMAN KANTOORMEUBELEN B.V.,
gevestigd te Purmerend,
appellante,
tevens incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. P.F. Keuchenius te Alkmaar,
tegen:
[GEÏNTIMEERDE],
wonend te [woonplaats],
geïntimeerde,
tevens incidenteel appellant,
advocaat: mr. D.C. Coppens te Amsterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Voortman en [geïntimeerde] genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 12 mei 2015 een arrest uitgesproken.
Bij brief van 18 mei 2015 heeft de advocaat van Voortman het hof meegedeeld dat de grieven van [geïntimeerde] in het incidenteel appel zijn verworpen, dat in rechtsoverweging 3.10 wordt overwogen dat [geïntimeerde] de kosten van het incidenteel appel moet dragen, maar dat in het dictum - kennelijk abusievelijk - is vermeld dat Voortman in de kosten van het incidenteel appel wordt veroordeeld. Daarbij is het hof verzocht het arrest op de voet van het bepaalde in art. 31 Rv Pro. te verbeteren.
Bij brief van 21 mei 2015 heeft de griffier van het hof de advocaat van [geïntimeerde] kopie van genoemde brief gezonden met het verzoek vóór 4 juni 2015 schriftelijk te reageren op het verzoek tot herstel. Een reactie is uitgebleven.
Het hof is van oordeel dat het arrest inderdaad de door de advocaat van Voortman gestelde kennelijke verschrijving bevat die zich voor eenvoudig herstel leent. Daarom zal worden beslist als volgt.

2.Beslissing

Het hof:
verbetert het op 12 mei 2015 tussen partijen uitgesproken aldus, dat in het dictum [geïntimeerde] in plaats van Voortman wordt veroordeeld in de kosten van het incidenteel appel;
stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door mrs. D.J. van der Kwaak, S.F. Schütz en D. Kingma en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2015.