Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling
“Ik ben precies 45 jaar getrouwd met de heer [geïntimeerde]. Het was in onze verhouding zo dat ik mij in het geheel niet met de financiën bemoeide. Wij waren en zijn nog steeds in gemeenschap van goederen getrouwd en wij hebben tijdens het huwelijk allebei gewerkt. U vraagt mij naar de periode tussen 1995 en 2003. Wij hadden toen een en/of rekening waarop het salaris van ons allebei werd gestort en waarvan wij de betalingen deden. Ik kan mij het nummer van die rekening niet herinneren. Wij hadden ook een en/of spaarrekening. Van de betaalrekening had ik wel een betaalpasje, van de spaarrekening niet. Daar was wel een pasje van maar dat had mijn man.