ECLI:NL:GHAMS:2015:2912

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 mei 2015
Publicatiedatum
14 juli 2015
Zaaknummer
200.169.842/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 SvArt. 11 lid 1 WrakingsprotocolHR 18 december 1998, NJ 1999, 271
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen raadsheer A.W. Beelaerts van Blokland, die eerder betrokken was bij de zaak en waarvan verzoeker meende dat er sprake was van vooringenomenheid. Dit verzoek kwam nadat de raadkamer van het gerechtshof Den Haag op 17 maart 2015 het klaagschrift van verzoeker had behandeld en bij beschikking van 20 april 2015 het beklag had afgewezen.

De wrakingskamer overwoog dat de wet niet voorziet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van rechters die reeds een einduitspraak hebben gedaan. Hierdoor kon het doel van wraking, namelijk het voorkomen dat de rechter de zaak verder behandelt, niet meer worden bereikt. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek.

Op grond van het Wrakingsprotocol van de gerechtshoven Amsterdam en Den Haag vond er geen mondelinge behandeling plaats. De wrakingskamer besloot het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren en kwam niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat wraking na een einduitspraak niet mogelijk is.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

zaaknummer : 200.169.842/01
beslissing van de wrakingskamer van 26 mei 2015
op het op 24 april 2015 bij het hof binnengekomen verzoekschrift van
[verzoeker]

1.Het geding

Op 17 maart 2015 heeft de raadkamer van het gerechtshof Den Haag bestaande uit mrs. R.C.A. Duindam, A.W. Beelaerts van Blokland en P.J. van der Flier (verder: de raadkamer) het op 24 november 2014 door verzoeker ingediende klaagschrift op grond van artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) behandeld.
Bij beschikking van 20 april 2015 is het beklag ex artikel 12 Sv Pro afgewezen.
Bij brief van 23 april 2015, binnengekomen bij het gerechtshof Den Haag op 24 april 2015, heeft verzoeker de oudste raadsheer mr. A.W. Beelaerts van Blokland gewraakt omdat: “
Hij (het hof begrijpt: mr. A.W. Beelaerts van Blokland) al eerder betrokken was bij deze kwestie uit hoofde van zijn functie bij de Raad van Discipline der advocaten alsmede dat hij van tevoren mijn Linkdin profiel had bekeken, wat tijdens de zitting bleek daar ik direct met mijn roepnaam werd aangesproken. Daarnaast zijn wij beiden leden van bijzondere commissie bij dezelfde organisatie”.
Bij beslissing van de wrakingskamer van het gerechtshof Den Haag van 11 mei 2015 is de wrakingszaak ter verdere behandeling verwezen naar dit hof.

2.Beoordeling

De wrakingskamer overweegt als volgt.
De wet voorziet niet in de mogelijkheid om, wanneer de behandeling van de zaak is geëindigd door het wijzen van een einduitspraak, wraking te verzoeken van (één van) de rechters die deze uitspraak hebben gedaan. Reeds daarom is verzoeker niet-ontvankelijk in het onderhavige wrakingsverzoek (zie HR 18 december 1998, NJ 1999, 271). Het met wraking beoogde doel dat de rechter de zaak niet (verder) behandelt, kan immers niet meer worden bereikt. Aan een inhoudelijke behandeling van het verzoek komt de wrakingskamer niet toe.
Gelet op het voorgaande heeft, op grond van artikel 11 lid 1 van Pro het Wrakingsprotocol van het gerechtshof Amsterdam en het gerechtshof Den Haag, geen mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
Een en ander leidt tot de volgende beslissing.

3.Beslissing

De wrakingskamer:
verklaart verzoeker kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking.
Deze uitspraak is op 26 mei 2015 gegeven door mrs. S. Clement, P.A.M. Hoek en
F.A. Hartsuiker.