ECLI:NL:GHAMS:2015:2986

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 juli 2015
Publicatiedatum
17 juli 2015
Zaaknummer
200.130.544/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:353 lid 2 BWArt. 2:350 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking inzake onderzoek naar beleid en gang van zaken Phoenicia Hotel (Holding) B.V.

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een geschil tussen verzoeker [A], verweerder Phoenicia Hotel (Holding) B.V. en belanghebbende [B]. In eerdere beschikkingen werd een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Phoenicia vanaf 1 juni 2012, waarbij een onderzoeker werd benoemd en een kostenplafond vastgesteld.

Na ontvangst van het onderzoeksverslag op 15 juli 2015 heeft de Ondernemingskamer besloten het verslag ter griffie ter inzage te leggen voor belanghebbenden, conform artikel 2:353 lid 2 BW Pro. Tevens wordt de onderzoeker verzocht een overzicht van zijn salaris en kosten te overleggen, waarna partijen zich over de declaratie kunnen uitlaten.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en betreft een procedurele beslissing gericht op transparantie en afwikkeling van het onderzoek. De Ondernemingskamer benadrukt de betrokken belangen en het belang van een zorgvuldige afhandeling van het onderzoek en de vergoeding van de onderzoeker.

Uitkomst: Het onderzoeksverslag ligt ter inzage en de procedure voor vergoeding van de onderzoeker wordt vastgesteld.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF TE AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer : 200.130.544/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 16 juli 2015
inzake
[A],
wonende te [....] ,
VERZOEKER,
advocaten:
mrs. J.D. Kleynen
C. La Lau, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PHOENICIA HOTEL (HOLDING) B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER,
advocaten:
mr. M.A.M.J. Stücken, kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
[B],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
niet verschenen.

1.Het verloop van het geding

1.1
Partijen zullen hierna respectievelijk [A] , Phoenicia en [B] worden genoemd.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 30 juli, 23 september, 25 september 2013, 19 januari 2015 en 1 juni 2015.
1.3
Bij beschikking van 23 september 2013 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Phoenicia over de periode vanaf 1 juni 2012, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 20.000 (de verschuldigde omzetbelasting daaronder niet begrepen) en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Bij beschikking van 25 september 2013 heeft de Ondernemingskamer mr. P.R.W. Schaink aangewezen als onderzoeker in deze zaak. Bij beschikking van 19 januari 2015 heeft de Ondernemingskamer, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, mr. J.G. Molenaar te Amsterdam tot bestuurder van Phoenicia Hotel (Holding) B.V. benoemd.
1.4
Bij beschikking van 1 juni 2015 heeft de Ondernemingskamer het bedrag verhoogd dat het bij beschikking van 23 september 2013 bevolen onderzoek ten hoogste mag kosten tot € 38.220, de verschuldigde omzetbelasting daaronder niet begrepen en bepaald dat Phoenicia ten genoege van de onderzoeker aanvullende zekerheid dient te stellen voor de betaling van het bedrag van € 22.246 (de verschuldigde omzetbelasting daaronder begrepen).
1.5
Bij op 15 juli 2015 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen brief, heeft de onderzoeker het verslag van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. De griffier heeft het verslag heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag van het onderzoek. Lettend op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW Pro te bepalen dat het verslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
2.2
De Ondernemingskamer zal overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:350 lid 3 BW Pro uitdrukkelijk de vergoeding van de onderzoeker bepalen. Daartoe zal de Ondernemingskamer de onderzoeker verzoeken een overzicht van zijn salaris en kosten met betrekking tot zijn onderzoek in het geding te brengen, waarna partijen in de gelegenheid zullen worden gesteld zich over de declaratie van de onderzoeker uit te laten.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag van het bij beschikking van 23 september 2013 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Phoenicia Hotel (Holding) B.V. ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
stelt de onderzoeker in de gelegenheid een overzicht zoals bedoel in 2.2 in het geding te brengen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. J. den Boer en mr. A.C. Faber, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. J. van den Belt, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 16 juli 2015.