Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.mr. Jan Evert STADIG,
,
mr. Philip Willem SCHREURS,
1.mr. Pieter Rudolf DEKKER,
[belanghebbende sub 2],
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR [Y],
[belanghebbende sub 4],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak stond de voorlopige voorziening tot schorsing van [appellante] als bestuurder van Stichting [Y] centraal. Curatoren van het faillissement van [X] hadden de rechtbank verzocht om schorsing en ontslag van [appellante] vanwege vrees voor wanbeleid. De rechtbank besloot ex parte tot schorsing, welke beslissing in hoger beroep werd aangevochten.
Het hof bevestigde dat curatoren als belanghebbenden in de zin van art. 2:298 lid 1 BW Pro kunnen worden aangemerkt, gezien de verwevenheid van het vermogen van [X] met de [X]-groep en de centrale positie van Stichting [Y]. Tevens oordeelde het hof dat de vrees voor wanbeleid gerechtvaardigd was, mede vanwege belangenverstrengeling en het stilzitten van [appellante] in een financieel moeilijke situatie.
De rechtbank had terecht zonder [appellante] te horen beslist vanwege de spoedeisendheid en ernst van de situatie. De schorsing werd bekrachtigd en de kosten van het hoger beroep werden aan [appellante] opgelegd. De grieven van [appellante] faalden daarmee in hun geheel.
Uitkomst: De schorsing van [appellante] als bestuurder van Stichting [Y] wordt bekrachtigd wegens voldoende vrees voor wanbeleid.