ECLI:NL:GHAMS:2015:3049
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing gerechtsdeurwaarder wegens bewaringstekort en ernstige tekortkomingen
Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) constateerde bij onderzoek op het kantoor van de gerechtsdeurwaarder een bewaringstekort van ruim €300.000,- eind augustus 2012 en een negatieve liquiditeitspositie. Ondanks een waarschuwing in 2013 bleef de situatie problematisch met een nieuw tekort van circa €400.000,- op 1 oktober 2014, waarbij ook de berekening van de bewaringspositie niet volgens de BLOS-regelgeving plaatsvond.
Het BFT diende op 10 maart 2015 een klacht in bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders, die op 24 maart 2015 de klacht gegrond verklaarde en de gerechtsdeurwaarder ontzette uit het ambt. Op grond van de ernst van de tekortkomingen werd tevens een schorsing van zes maanden met onmiddellijke ingang opgelegd op basis van artikel 38 lid 1 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet.
De gerechtsdeurwaarder ging in hoger beroep tegen deze schorsingsbeslissing, maar voerde geen inhoudelijke bezwaren aan tegen de schorsing. Het hof bevestigde de beslissing van de kamer en nam het oordeel over de ernstige aard van de handelingen en verzuimen over. De schorsing werd gehandhaafd voor de duur van zes maanden.
Uitkomst: Het hof bevestigt de schorsing van de gerechtsdeurwaarder voor zes maanden wegens ernstige tekortkomingen.