Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
2.Stukken van het geding
3.Feiten
4.Klacht
de BLOS-regelgeving berekend.
Gerechtshof Amsterdam
Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) constateerde bij een gerechtsdeurwaarder een aanzienlijke negatieve bewaringspositie op de derdengeldrekening, een negatieve liquiditeits- en solvabiliteitspositie en een te grote afhankelijkheid van één opdrachtgever. Ondanks waarschuwingen en onderzoeken werd het tekort niet tijdig aangevuld en werd de bewaringspositie niet volgens de BLOS-regelgeving berekend.
De gerechtsdeurwaarder erkende de gedragingen deels en betwistte slechts beperkt. Zijn persoonlijke omstandigheden boden geen excuus. De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde de klacht gegrond en legde ontzetting uit het ambt op. Het hof bevestigde deze beslissing, benadrukkend dat het vertrouwen in de gerechtsdeurwaarder door het bewaringstekort is geschaad.
De gerechtsdeurwaarder voerde aan dat afwijkende afspraken met zijn grootste opdrachtgever het tekort verklaarden, maar het hof oordeelde dat deze afspraken de wettelijke bewaringsplicht niet konden vervangen. De ontzetting gaat in op 3 augustus 2015. Het hoger beroep werd ontvankelijk verklaard ondanks eerdere uitlatingen van de gerechtsdeurwaarder.
Uitkomst: Het hof bevestigt de ontzetting uit het ambt van de gerechtsdeurwaarder wegens een negatief bewaringstekort en schending van regelgeving.