ECLI:NL:GHAMS:2015:3137
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M. Wigleven
- H.A. van den Berg
- P.J.W.M. Sliepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter inzake internationale onderhoudsverplichtingen bij kinderalimentatie
Partijen hadden een relatie van 2003 tot 2012 en hebben een gezamenlijk erkend kind met dubbele nationaliteit. De vrouw woont sinds maart 2014 met het kind in Italië. De man verzocht de rechtbank om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind vast te stellen. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd, waarna de man in hoger beroep ging.
Het hof oordeelt dat het verzoek van de man een zelfstandig nieuw verzoek is, dat niet verbonden is aan de eerdere procedure over het ouderlijk gezag. De toepasselijke Brussel II-bis verordening sluit onderhoudsverplichtingen expliciet uit, en de Alimentatieverordening bepaalt dat alleen het gerecht van de gewone verblijfplaats van de verweerder of onderhoudsgerechtigde bevoegd is.
Omdat het kind en de moeder in Italië verblijven en het verzoek niet in een lopende procedure is ingediend, is de Nederlandse rechter onbevoegd. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het beroep van de man af. De proceskosten worden niet aan de man opgelegd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en verklaart de Nederlandse rechter onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie.