ECLI:NL:GHAMS:2015:3141
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Machtiging uithuisplaatsing en gedeeltelijke gezagsoverheveling minderjarige kinderen
Het geschil betreft de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, [minderjarige a] en [minderjarige b], geboren in 2001, na afwijzing van dit verzoek door de kinderrechter. De moeder heeft het gezag en de kinderen wonen bij haar, maar er is sprake van een onveilige thuissituatie met incidenten van huiselijk geweld en onvoldoende medewerking aan hulpverlening. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling JBRA hebben de uithuisplaatsing en ondertoezichtstelling aangevraagd vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling en veiligheid van de kinderen.
De moeder betwist de onveiligheid en stelt dat de kinderen geen gedwongen hulp willen, verwijst naar positieve ontwikkelingen en spreekt de hulpverlening tegen. De kinderen zelf geven aan geen gedwongen hulp te wensen maar wel vrijwillige gesprekken te willen. Het hof stelt vast dat de moeder sinds haar ontslag uit de psychiatrische instelling in december 2014 geen adequate begeleiding accepteert, dat er recente geweldsincidenten zijn geweest waarbij de kinderen gewond raakten, en dat de hulpverlening voor de kinderen wordt tegengehouden.
Het hof concludeert dat de ontwikkeling en veiligheid van de kinderen ernstig worden bedreigd en dat hulp in een gedwongen kader noodzakelijk is. Daarom vernietigt het hof het deel van de beschikking waarin de machtiging tot uithuisplaatsing werd afgewezen en verleent deze machtiging voor de duur van zes maanden. De gedeeltelijke gezagsuitoefening door JBRA voor medische toestemming wordt bekrachtigd, omdat de kinderen ouder dan twaalf zijn en zelf hun belangen redelijk kunnen waarderen. De overige verzoeken worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen voor zes maanden en bekrachtigt de gedeeltelijke gezagsuitoefening voor medische toestemming niet.