ECLI:NL:GHAMS:2015:317

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 februari 2015
Publicatiedatum
10 februari 2015
Zaaknummer
23-000706-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis rechtbank Amsterdam inzake bewijsuitsluiting cocaïnevondst

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 6 februari 2013 bevestigd. De zaak betreft een strafzaak tegen verdachte wegens het aantreffen van tassen met slikkersbollen cocaïne op slaapkamer 2 van een woning.

De verdediging voerde een bewijsuitsluitingsverweer aan, stellende dat er omissies en vormverzuimen waren in het voorbereidend onderzoek die tot bewijsuitsluiting zouden moeten leiden. Dit verweer sloot aan bij het verweer van de medeverdachte.

Het hof oordeelde dat niet aannemelijk was geworden dat er zodanige fouten waren gemaakt die bewijsuitsluiting rechtvaardigen. De foto's die als bewijs dienden, toonden naar het oordeel van het hof de situatie op het moment van binnentreden adequaat, ondanks dat een tas mogelijk enkele centimeters was verplaatst door het bekijken van de inhoud.

Het hof concludeerde dat deze kleine verplaatsing geen reden was om te veronderstellen dat de tas op een heel andere plek had gelegen en daarmee het bewijs in twijfel te trekken. Het vonnis van de rechtbank werd derhalve bevestigd met een aanvulling op de bewijsoverwegingen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de rechtbank en verwerpt het bewijsuitsluitingsverweer.

Uitspraak

parketnummer: 23-000706-13
datum uitspraak: 9 februari 2015
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 6 februari 2013 in de strafzaak onder parketnummer 13-670126-11 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Dominicaanse Republiek) op [geboortedag] 1967,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 januari 2015, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de gronden aanvult.

Aanvulling van de gronden

Het hof vult de bewijsoverweging van de rechtbank aan, met dien verstande dat na het door de rechtbank onder 3.1 overwogene een nieuwe kopje 3.1.1 wordt ingevoegd. De aanvulling luidt als volgt:
3.1.1 Bewijsuitsluiting
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman zich aangesloten bij het tot bewijsuitsluiting strekkende verweer dat is gevoerd door mr. [naam], de raadsvrouw van de medeverdachte. Volgens dat verweer dienen van het bewijs te worden uitgesloten de processen-verbaal waarin verslag is gedaan van het aantreffen van tassen met slikkersbollen cocaïne op slaapkamer 2. Het verweer berust op de gronden waarop ook het tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie strekkende verweer is gebaseerd en is ter terechtzitting in hoger beroep bij pleidooi nader toegelicht.
Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden dat er sprake is geweest van zodanige omissies dan wel vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek, dat dit tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat niet aannemelijk is geworden dat waar in het proces-verbaal van de opsporingsambtenaar [verbalisant] van 4 juli 2011 is geverbaliseerd dat de betreffende foto’s – in het bijzonder ook de foto’s op bladzijde 80 van het doorgenummerde dossier – vóór de inbeslagname zijn genomen, iets anders is bedoeld dan dat op die foto’s de situatie is weergegeven zoals die was op het moment van binnentreden. Daaraan doet niet af dat de twee foto’s op bladzijde 80 van het doorgenummerde dossier de mogelijkheid openlaten (de foto’s zijn uit een verschillende hoek genomen), dat de lichtblauw met witte tas enkele centimeters is verplaatst, nu dit het gevolg kan zijn geweest van het bekijken van de inhoud van de op die plek aangetroffen tas. Deze mogelijkheid vormt naar het oordeel van het hof mitsdien geen toereikend aanknopingspunt voor de suggestie van de verdediging dat de tas ten tijde van het binnentreden ook op een heel andere plek en uit het zicht kan hebben gelegen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.L. Bruinsma, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. R. Kuiper, in tegenwoordigheid van A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 februari 2015.
De voorzitter is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
[.......]
.