ECLI:NL:GHAMS:2015:334
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak diefstal wegens onvoldoende bewijs ondanks valstrik in woonzorgcentrum
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter wegens diefstal van vijftien euro uit een woonzorgcentrum te Beverwijk. De verdachte werd verdacht van het wegnemen van geld dat was achtergelaten als lokmiddel door teammanagers van het zorgcentrum, die een val hadden opgezet vanwege verdenkingen tegen de verdachte.
Op 29 augustus 2013 werd een portemonnee met vijfentwintig euro op de kamer van een bewoonster geplaatst. De verdachte, werkzaam in het zorgcentrum, was op die dag in de kamer aanwezig. Later bleek vijftien euro uit de portemonnee verdwenen te zijn. Bij fouillering werden bankbiljetten met overeenkomende serienummers bij de verdachte aangetroffen.
De verdachte verklaarde het geld te hebben gekregen om aan een verzorgster te overhandigen, maar deze verklaring kon niet worden uitgesloten omdat de relevante bewoonster niet als getuige was gehoord. Het hof oordeelde dat de tenlastelegging niet bewezen kon worden en sprak de verdachte vrij.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht door de verdachte vrij te spreken van diefstal wegens ontbreken van voldoende bewijs dat zij het geld met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal wegens onvoldoende bewijs.