Uitspraak
de Minister van Economische Zaken, tezamen aangeduid als: de inspecteur.
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de onder 1.1.1 bedoelde utb tot € 483.515,85 en de onder 1.1.2 bedoelde utb tot € 493.966,61;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 1.416;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 620 (2 x € 310) vergoedt.”
3.
4.
5.
6.
[APPENDIX A]
- de merkaanduidingen van [C] (bijlage B bij de overeenkomst) te gebruiken op de kleding en accessoires die zij op grond van de overeenkomst laat vervaardigen en verkoopt (artikel 4.1.);
- de onder het vorige gedachtestreepje bedoelde goederen te distribueren binnen de Benelux (artikel 3.1.);
- via een daarvoor ontwikkelde procedure schoeisel te bestellen voorzien van de merkaanduidingen van [C] (artikel 3.1.);
- de onder het vorige gedachtestreepje bedoelde goederen te distribueren binnen de Benelux (artikel 3.1);
- gebruik te maken van bepaalde ontwerpen, plannen, kunstwerken en andere materialen die [C] kan leveren voor het ontwerpen, vervaardigen, verkopen en promoten van de op grond van de overeenkomst vervaardigde goederen (artikel 4.3. onder (a)).
Nederlandse tekst:
Engelse tekst:
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank behoudens het oordeel omtrent de proceskostenvergoeding en de veroordeling in het griffierecht;
- vernietigt de uitspraken van de inspecteur;
- vermindert de onder 1.1.1 genoemde utb tot € 217,33;
- vernietigt de onder 1.1.2. genoemde utb;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende in hoger beroep tot een bedrag van € 2.205;
- gelast de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht in hoger beroep ten bedrag van € 478 te vergoeden.