ECLI:NL:GHAMS:2015:3420
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw
Appellant [X] verzocht het hof om hem toe te laten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, nadat de rechtbank zijn verzoek had afgewezen. Hij stelde dat zijn schulden, waaronder een aanzienlijke CJIB-schuld, in een moeilijke levensfase waren ontstaan, mede door persoonlijke omstandigheden zoals een scheiding, depressie en ontslag. Hij had inmiddels zijn situatie verbeterd, met verkoop van de woning, een nieuwe baan en een betalingsregeling met het CJIB.
De curator bevestigde dat appellant zich aan zijn faillissementsverplichtingen hield, maar verwees naar het oordeel van het hof over de goede trouw. Het hof oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek te goeder trouw was geweest, omdat hij jarenlang geen actie had ondernomen tegen de boetes en het onverzekerd laten van voertuigen. De recente verbeteringen waren te kort van duur en onvoldoende bestendig.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af. Het hof gaf appellant de mogelijkheid om in de toekomst opnieuw een verzoek in te dienen indien hij kan aantonen dat zijn situatie stabiel is en hij zijn betalingsverplichtingen nakomt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling afwijst wegens het ontbreken van goede trouw.