Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
1.[Rapport]
2.[Rapport]
3.[Rapport]
4.[Rapport]
3.Geschil in hoger beroep
4.De overwegingen van de rechtbank
Ontvankelijkheid
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende deed aangifte voor invoer van textielgoederen met oorsprong Jamaica en overhandigde een EUR.1-certificaat voor preferentiële behandeling. OLAF voerde een onderzoek uit in Jamaica waaruit bleek dat de certificaten onjuist waren en de oorsprong niet klopte. Jamaica nam de onderzoeksresultaten ondubbelzinnig over, wat leidde tot ongeldigverklaring van de certificaten.
De inspecteur legde een uitnodiging tot betaling (utb) op voor navordering van douanerechten. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat het certificaat niet rechtsgeldig was ingetrokken en dat er sprake was van een vergissing door de Jamaicaanse autoriteiten. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en het hof bevestigt dit oordeel.
Het hof oordeelde dat de Jamaicaanse overheid bevoegd was om de certificaten ongeldig te verklaren en dat de exporteurs de douane hebben misleid met onjuiste informatie over de goederen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en bijzondere omstandigheden faalde omdat belanghebbende niet kon aantonen dat de Jamaicaanse autoriteiten wisten of hadden moeten weten dat de goederen niet voor preferentiële behandeling in aanmerking kwamen.
Het hof bevestigt dat de navordering terecht is en wijst het hoger beroep af. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige douanekamer van het Gerechtshof Amsterdam op 23 juni 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de navordering van douanerechten wordt bevestigd.