Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Niet-ontvankelijkverklaring (wegens termijnoverschrijding)
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende heeft BPM betaald en vervolgens bezwaar gemaakt tegen de voldane belasting, maar dit bezwaar werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de termijn en het ontbreken van een machtiging. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het hof bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
Het hof overweegt dat de bezwaartermijn van zes weken niet is gehaald en dat geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding is gesteld. De stelling dat het ontbreken van een rechtsmiddelenverwijzing op de aangifte of het betalingsbericht tot verschoonbaarheid leidt, wordt verworpen. Het hof wijst erop dat de kennis van de intermediair aan belanghebbende moet worden toegerekend.
Verder oordeelt het hof dat de voldoening op aangifte geen besluit is in de zin van de Awb en dat de formele rechtskracht daarvan niet doorbroken wordt door het Unierecht. Ook het beroep op ambtshalve teruggaaf wordt afgewezen omdat de inspecteur niet verplicht is tot ambtshalve vermindering. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.