De veroordeelde werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld voor het telen van hennep en tot betaling van €45.175,78 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Tegen dit vonnis stelde de veroordeelde hoger beroep in.
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het vonnis van de politierechter vernietigd en een nieuwe beslissing genomen. Uit het onderzoek bleek dat de veroordeelde twee oogsten hennep heeft gerealiseerd, waarbij in totaal 558 planten werden aangetroffen. De verklaring van de veroordeelde over de inrichting van de kwekerij werd deels verworpen wegens inconsistenties met de feitelijke groeifase van de planten.
Het hof heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel berekend op €13.724, waarbij investeringskosten niet volledig in mindering zijn gebracht, conform vaste jurisprudentie. Hoewel de redelijke termijn voor de procedure is overschreden, heeft het hof hiervoor geen consequenties verbonden in deze ontnemingszaak. De veroordeelde is veroordeeld tot betaling van het genoemde bedrag aan de Staat.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 20 juli 2015.