ECLI:NL:GHAMS:2015:4071
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J. den Boer
- E.A.G. van der Ouderaa
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aansprakelijkstelling voor omzetbelastingschulden binnen fiscale eenheid
Belanghebbende, een BV binnen een fiscale eenheid, werd aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslagen omzetbelasting over het eerste en tweede kwartaal van 2012. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond voor het eerste kwartaal en deels gegrond voor het tweede kwartaal, waarbij een proceskostenvergoeding werd toegekend.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de aansprakelijkstelling in strijd was met het EU-recht, met name de beginselen van rechtszekerheid en evenredigheid, en dat zij niet aansprakelijk kon worden gesteld voor vennootschappen die ten tijde van de aansprakelijkstelling geen deel meer uitmaakten van de fiscale eenheid. Het hof oordeelde dat de nationale regeling binnen de grenzen van het EU-recht blijft en dat de aansprakelijkheid terecht is vastgesteld, omdat de fiscale eenheid een economische en organisatorische eenheid vormt.
Het hof stelde vast dat in de aansprakelijkstelling over het tweede kwartaal een boetebedrag was begrepen dat niet aan belanghebbende kon worden toegerekend, waardoor de aansprakelijkheid voor dat bedrag werd verminderd. Verder veroordeelde het hof de ontvanger tot vergoeding van proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd voor het eerste kwartaal en vernietigd voor het tweede kwartaal, met aanpassing van de aansprakelijkstelling.
Uitkomst: Aansprakelijkheid bevestigd voor eerste kwartaal, verminderd voor boete in tweede kwartaal, met proceskostenvergoeding aan belanghebbende.