ECLI:NL:GHAMS:2015:4075
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat onjuiste oorsprongscertificaten Colombiaanse autoriteiten vergissing vormen en navordering niet mogelijk is
Belanghebbende diende in 2007 invoeraangiften in met Form A oorsprongscertificaten uit Colombia voor tonijnconserven, waarmee zij aanspraak maakte op preferentiële tarieven. In 2008 startte OLAF een onderzoek naar de oorsprong van de tonijn, waarna bleek dat de Colombiaanse autoriteiten onjuiste certificaten hadden afgegeven vanwege een verkeerde interpretatie van Europese regelgeving.
De rechtbank oordeelde dat de exporteur onjuiste gegevens had verstrekt, maar dat de Colombiaanse douaneautoriteiten zich hadden vergist in de toepassing van de regels, een vergissing die belanghebbende niet kon ontdekken. De inspecteur wilde navordering opleggen, maar slaagde er niet in te bewijzen dat de exporteur de feiten onjuist had weergegeven.
Het Hof bevestigde dat de onjuiste certificaten een vergissing van de Colombiaanse autoriteiten zijn, die belanghebbende redelijkerwijs niet kon ontdekken. De vermelding van oorsprong in de certificaten betrof een juridische kwalificatie, geen feitelijke onjuistheid door de exporteur. Gezien de goede trouw van belanghebbende en het ontbreken van onjuiste feitelijke informatie, is navordering niet toegestaan.
Het hoger beroep van de inspecteur werd ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het hoger beroep van de inspecteur wordt ongegrond verklaard en de navordering wordt afgewezen wegens een vergissing van de Colombiaanse autoriteiten die belanghebbende niet kon ontdekken.