ECLI:NL:GHAMS:2015:4132

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 oktober 2015
Publicatiedatum
8 oktober 2015
Zaaknummer
200.170.037/01GDW
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 lid 1 GerechtsdeurwaarderswetArt. 39 lid 2 Gerechtsdeurwaarderswet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing klacht gerechtsdeurwaarders

Appellant heeft bij de kamer voor gerechtsdeurwaarders een klacht ingediend tegen meerdere gerechtsdeurwaarders, welke klacht door de voorzitter van de kamer op 12 juli 2011 is afgewezen als kennelijk niet-ontvankelijk.

Appellant heeft vervolgens hoger beroep ingesteld tegen deze beschikking. Het hof heeft vastgesteld dat op grond van artikel 39 lid 2 van Pro de Gerechtsdeurwaarderswet tegen de afwijzing van een klacht alleen binnen veertien dagen schriftelijk verzet kan worden gedaan bij de kamer en dat tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer geen ander rechtsmiddel openstaat.

Omdat appellant niet aan deze procedurele vereisten heeft voldaan, is hij niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. De zaak is behandeld zonder dat partijen zijn verschenen. Het hof bevestigt hiermee de afwijzing van de klacht en sluit het hoger beroep af.

Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de afwijzing van zijn klacht.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.170.037/01 GDW
nummer eerste aanleg : 60.2011
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 6 oktober 2015
inzake
[appellant] ,
wonend te [plaats] ,
appellant,
tegen
[gerechtsdeurwaarder I] , [gerechtsdeurwaarder II] en [gerechtsdeurwaarder III] ,
respectievelijk gerechtsdeurwaarder te [plaats] , gerechtsdeurwaarder te [plaats] en gerechtsdeurwaarder te [plaats] ,
geïntimeerden,
gemachtigde: mr. [naam] .

1.Het geding in hoger beroep

1.1.
Appellant (hierna: klager) heeft op 19 mei 2015 een beroepschrift – met een bijlage – bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beschikking van de voorzitter van de kamer voor gerechtsdeurwaarders te Amsterdam (hierna: de kamer) als bedoeld in artikel 39 lid Pro 1 Gerechtsdeurwaarderswet (hierna: Gdw) van 12 juli 2011.
1.2.
De voorzitter van de kamer heeft in de bestreden beschikking de klacht van klager tegen geïntimeerden (hierna: de gerechtsdeurwaarders) als kennelijk niet-ontvankelijk afgewezen.
1.3.
De gerechtsdeurwaarders hebben op 4 juni 2015 een verweerschrift bij het hof ingediend.
1.4.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 4 september 2015. Klager en de gerechtsdeurwaarders zijn, met voorafgaande berichtgeving, niet verschenen.

2.Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3.De ontvankelijkheid van klager in het hoger beroep

3.1.
Klager heeft bij brieven van 24 januari en 1 februari 2011 bij de kamer een klacht ingediend tegen de gerechtsdeurwaarders. De voorzitter van de kamer heeft bij beschikking van 12 juli 2011 de klacht van klager afgewezen als kennelijk niet-ontvankelijk. Tegen die beschikking is klager nu in hoger beroep gekomen.
3.2.
Ingevolge artikel 39 lid 2 Gdw Pro kan tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer tot afwijzing van een klacht binnen veertien dagen na de dag van verzending van de kennisgeving schriftelijk verzet worden gedaan bij de kamer. Tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer staat geen ander rechtsmiddel open.
3.3.
Op grond van het bovenstaande moet worden geoordeeld dat klager niet-ontvankelijk is in zijn hoger beroep.
3.4.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

4.Beslissing

Het hof:
- verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de voorzitter van de kamer van 12 juli 2011.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.C.W. Rang, L.J. Saarloos en A.W. Jongbloed en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2015 door de rolraadsheer.