ECLI:NL:GHAMS:2015:5007

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 november 2015
Publicatiedatum
3 december 2015
Zaaknummer
23-002630-15
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 94 SvArt. 359a SvArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis inzake rechtmatigheid inbeslagname en onderzoek smartphone

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis bevestigd. De verdachte stelde dat de inbeslagname en het onderzoek van zijn smartphone onrechtmatig waren, omdat niet alleen verkeersgegevens maar ook inhoud van communicatie en privé-informatie waren verkregen, wat volgens hem een schending van artikel 8 EVRM Pro opleverde.

De raadsman van de verdachte verwees naar een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en stelde dat het gebrek aan een voldoende wettelijke grondslag in artikel 94 Sv Pro een ernstig vormverzuim opleverde, waardoor het bewijs verkregen uit de smartphone, met name Whatsapp-berichten, uitgesloten zou moeten worden.

Het hof oordeelde dat artikel 94 Sv Pro een voldoende duidelijke en voorzienbare wettelijke grondslag biedt voor inbeslagneming en onderzoek van digitale gegevens op een smartphone. Er is geen reden om anders te oordelen dan bij computers. Er is geen sprake van een vormverzuim en het bewijs uit de Whatsapp-berichten kan worden gebruikt.

Het hof verwierp het verweer van de verdachte en bevestigde het vonnis van de rechtbank, waarbij de opgelegde straf van 30 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest gehandhaafd bleef.

Uitkomst: Het hof bevestigt de straf van 30 maanden gevangenisstraf en oordeelt dat het onderzoek aan de smartphone rechtmatig is.

Uitspraak

parketnummer: 23-002630-15
datum uitspraak: 13 november 2015
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 17 juni 2015 in de strafzaak onder parketnummer 15-820201-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Goudkust) op [geboortedag] 1956,
thans gedetineerd in PI Flevoland – Huis van Bewaring Almere Binnen te Almere.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 30 oktober 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de gronden aanvult.

Aanvulling van de gronden

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat het onderzoek aan de smartphone van de verdachte op grond van artikel 8 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) onrechtmatig is geweest omdat niet alleen toegang tot verkeersgegevens maar ook tot de inhoud van communicatie en privé-informatie van de gebruiker van de smartphone is verkregen. In dat verband voert hij aan dat het ophalen van de gegevens die op die smartphone zijn opgeslagen een inbreuk vormt op het bij artikel 8 EVRM Pro gewaarborgde recht op privacy, terwijl artikel 94 Sv Pro daarvoor een onvoldoende wettelijke grondslag biedt. Hij heeft zich hierbij beroepen op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 april 2015 (gepubliceerd onder ECLI:NL:GHARL:2015:2954). De raadsman stelt dat dit een zodanig ernstig vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv oplevert, dat het gevolg daarvan moet zijn dat al het bewijs dat door het uitlezen van de gegevens van de smartphone van de verdachte is verkregen – in het bijzonder de Whatsapp-berichten – van het bewijs moet worden uitgesloten.
Het hof overweegt als volgt.
Artikel 94 Sv Pro bepaalt dat alle voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan het licht te brengen vatbaar zijn voor inbeslagneming. Voor de waarheidsvinding mag onderzoek worden gedaan aan inbeslaggenomen voorwerpen teneinde gegevens voor het strafrechtelijk onderzoek ter beschikking te krijgen. In computers opgeslagen gegevens zijn daarvan niet uitgezonderd (HR 29 maart 1994, ECLI:NL:HR:1994:AD2076). Er is geen reden om ten aanzien van de gegevens opgeslagen in een smartphone anders te oordelen. De smartphone van de verdachte is dan ook – met het oog op de waarheidsvinding – rechtmatig in beslag genomen. Artikel 94 Sv Pro vormt een voldoende duidelijke en voorzienbare wettelijke grondslag voor de inbeslagname en het daaropvolgende onderzoek in de smartphone van de verdachte. Er is derhalve geen sprake van een vormverzuim, zodat – nu overigens geen omstandigheden aannemelijk geworden zijn op grond waarvan tot een ander oordeel moeten worden gekomen – de Whatsapp – berichten kunnen dienen tot het bewijs.
Het hof verwerpt het verweer.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. E. Mijnsberge, mr. N.A. Schimmel en mr. E.N. van der Spoel, in tegenwoordigheid van
mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
13 november 2015.
De voorzitter en de griffier zijn buiten staat het arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[....]