ECLI:NL:GHAMS:2015:5020
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- S.F. Schütz
- M.L.D. Akkaya
- Rechtspraak.nl
Verbod ontslag bij ziekte staat niet in de weg aan ontslag bij bedrijfsbeëindiging van zelfstandig onderdeel
In deze zaak stond centraal of het opzegverbod wegens ziekte van artikel 7:670 lid 1 BW Pro doorbroken kon worden vanwege de uitzondering in artikel 7:670b lid 2 BW, die ontslag toestaat bij beëindiging van werkzaamheden van een zelfstandig onderdeel van de onderneming.
De werknemer was sinds juni 2013 arbeidsongeschikt en verrichtte tijdelijk aangepast werk in het kader van re-integratie. De werkgever had de activiteiten van de schilders- en houtrotsaneringsafdeling volledig beëindigd en slechts de glaszetterij en storingsdienst voortgezet. De werknemer was schilder en houtrotsaneraar, geen glaszetter.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van beëindiging van een zelfstandig onderdeel, en wees de vorderingen van de werknemer grotendeels toe. Het hof stelde echter vast dat de beëindiging van de schildersactiviteiten een zelfstandige bedrijfsactiviteit vormde die als zodanig kon worden beëindigd, waardoor de uitzondering op het opzegverbod van toepassing was.
De werkzaamheden die de werknemer incidenteel verrichtte, zoals glaszetten en storingsdienst, waren onvoldoende om te spreken van voortzetting van het onderdeel. Ook de tijdelijke magazijnwerkzaamheden in het kader van re-integratie veranderden niets aan de aard van de bedongen arbeid.
Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter, wees de vorderingen van de werknemer af en veroordeelde hem in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigde het vonnis en wees de vorderingen van de werknemer af omdat het ontslag rechtmatig was vanwege beëindiging van een zelfstandig onderdeel van de onderneming.