De veroordeelde werd bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland veroordeeld voor het medeplegen van een gewapende overval op een juwelier en tot betaling van een bedrag van € 16.755 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en een nieuwe beslissing genomen.
Het hof stelde vast dat de overval gezamenlijk werd gepleegd door vier daders die nauw samenwerkten en gezamenlijk de sieraden buitmaakten. De waarde van de nog ontbrekende sieraden werd vastgesteld op € 39.498,75 volgens etiketprijs en € 17.555 volgens inkoopwaarde. Gezien het helingcircuit werd het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op 20% van de inkoopwaarde, zijnde € 3.511.
Het hof paste een pondspondsgewijze verdeling toe, waardoor het aandeel van de veroordeelde werd vastgesteld op € 877,75. Na aftrek van een derde van het eigen risico van de verzekering van de benadeelde partij, werd het bedrag vastgesteld op € 593,42. De veroordeelde werd verplicht dit bedrag aan de staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.