ECLI:NL:GHAMS:2015:535
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding door onvoldoende betekening in hoger beroep
In deze strafzaak stond de verdachte terecht in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte was niet verschenen en stond niet ingeschreven in de Nederlandse Gemeentelijke Basisadministratie, maar wel op een adres in het buitenland. De dagvaarding was ter doorgeleiding aangeboden aan de Afdeling Internationale Rechtshulp van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, maar er ontbrak bewijs dat deze daadwerkelijk aan de buitenlandse autoriteiten was overgedragen en aan de verdachte was betekend.
Het hof oordeelde dat de loutere aanbieding van de dagvaarding aan de Afdeling Internationale Rechtshulp niet volstaat voor rechtsgeldige betekening conform artikel 588, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Er moest minimaal een bericht van verzending en bewijs van doorgeleiding aan de verdachte zijn. Ook was niet gebleken dat de dagvaarding per reguliere post naar het buitenlandse adres was verzonden.
Daarom werd de dagvaarding in hoger beroep nietig verklaard wegens niet-naleving van de wettelijke betekeningseisen. Dit arrest bevestigt het belang van zorgvuldige internationale betekening van dagvaardingen om de rechten van de verdachte te waarborgen.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onvoldoende betekening aan verdachte in het buitenland.