Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de vrouwis het volgende gebleken.
de manis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2001 gehuwd en in 2008 gescheiden. Uit het huwelijk is een minderjarig kind geboren in 2002. De man was verplicht een bijdrage te betalen voor de verzorging en opvoeding van het kind, die in 2015 was geïndexeerd tot €404,54 per maand. De man verzocht de bijdrage te verlagen tot €150 per maand vanwege ontoereikende draagkracht.
De vrouw betwistte dit en vorderde een hogere bijdrage van €421 per maand. Het hof stelde vast dat de behoefte van het kind in 2015 was gestegen tot €551 per maand en dat de draagkracht van de man en vrouw gezamenlijk onvoldoende was om de volledige behoefte te dekken. De draagkracht van de man werd berekend op €853 en die van de vrouw op €120 per maand.
De draagkracht werd naar rato van de behoefte van de kinderen verdeeld, waarbij ook rekening werd gehouden met de zorgkorting vanwege omgang van de man met het kind. Uiteindelijk werd de bijdrage van de man vastgesteld op €329 per maand, waarbij de eerdere beschikking werd vernietigd en de echtscheidingsbeschikking werd gewijzigd.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 januari 2015 een bijdrage van €329 per maand betalen voor de verzorging en opvoeding van het minderjarige kind.