ECLI:NL:GHAMS:2015:5394
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- C. Uriot
- J.H.M. Boukema
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt gedeeltelijke toewijzing vordering meerpremie brandverzekering bij huur bedrijfsruimte
Partijen sloten een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte met een clausule dat de huurder een meerpremie brandverzekering moet betalen indien de premie hoger is dan normaal. Inbev, de verhuurder, vorderde betaling van deze meerpremie over meerdere jaren van de huurder.
De kantonrechter wees de vordering af omdat de huurder mocht vertrouwen dat de premie in de huurprijs was inbegrepen. Het hof oordeelde echter dat de huurder niet gerechtvaardigd was in die verwachting en dat de meerpremie op grond van de algemene bepalingen verschuldigd is, ongeacht eerdere exploitatie van het pand.
Het hof vond de vordering over de jaren 2008 tot en met februari 2011 onaanvaardbaar wegens het ontbreken van tijdige facturering en informatievoorziening, waardoor de huurder niet kon anticiperen op de kosten. Voor de periode vanaf maart 2011 is de vordering wel toewijsbaar, maar de verhuurder moet deze nader onderbouwen met verifieerbare stukken. De zaak is verwezen voor nadere onderbouwing, verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de meerpremie brandverzekering wordt deels toegewezen met aanhouding voor nadere onderbouwing.