Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Numerando Farmacie B.V.en
Numerando Verzekeringen B.V.,
ING Bank N.V.,
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of niet-overdraagbaarheidsbedingen in mantelovereenkomsten tussen Numerando Farmacie en Numerando Verzekeringen enerzijds en hun opdrachtgevers anderzijds goederenrechtelijke werking hebben, waardoor verpanding van vorderingen aan ING Bank ongeldig zou zijn.
De curator van de failliete vennootschappen stelde dat acht niet-overdraagbaarheidsbedingen goederenrechtelijke werking hadden, waardoor ING geen pandrecht op die vorderingen kon verkrijgen. De rechtbank oordeelde echter dat deze bedingen louter verbintenisrechtelijke werking hebben, behalve één beding in de overeenkomst met Fast Flex BV dat wel goederenrechtelijke werking toekwam.
Het hof bevestigde dit oordeel en paste de objectieve uitleg toe, waarbij het uitgangspunt is dat niet-overdraagbaarheidsbedingen slechts verbintenisrechtelijke werking hebben tenzij uit de formulering anders blijkt. Het beding met Fast Flex BV werd als goederenrechtelijk bestempeld, waardoor verpanding van die vorderingen ongeldig was. De curator kreeg echter geen gelijk in haar stellingen over vernietigbaarheid van dat beding wegens niet-kenbaarheid, omdat geen wilsrecht was uitgeoefend.
De grieven van beide partijen faalden, en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, waarbij de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de niet-overdraagbaarheidsbedingen louter verbintenisrechtelijke werking hebben, behoudens één beding met goederenrechtelijke werking, en bevestigt het pandrecht van ING op de overige vorderingen.