ECLI:NL:GHAMS:2015:580
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen ongegrondverklaring verzet tegen beslissing kamer notariaat
Klager diende een klacht in bij de kamer voor het notariaat tegen een notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer wees de klacht af als kennelijk niet-ontvankelijk. Klager stelde hiertegen verzet in, maar de kamer verklaarde dit verzet ongegrond. Klager ging in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof nam kennis van de stukken en stelde vast dat op grond van artikel 99 lid 13 van Pro de Wet op het notarisambt geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing van de kamer die het verzet ongegrond verklaart. Klager kon daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in het hoger beroep.
Het hof oordeelde dat noch gesteld noch gebleken was dat bij de behandeling van het verzet essentiële vormen waren verzuimd die tot een andere beslissing zouden moeten leiden. Daarom wees het hof het hoger beroep af wegens niet-ontvankelijkheid.
De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer namens het hof, bestaande uit de drie genoemde raadsheren.
Uitkomst: Klager is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de ongegrondverklaring van het verzet.