ECLI:NL:GHAMS:2015:5801
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Geen hoger beroep mogelijk tegen afwijzing schorsing bewaring opgeëiste persoon
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam kennisgenomen van het hoger beroep dat door de opgeëiste persoon was ingesteld tegen de beslissing van de rechter-commissaris in de rechtbank Noord-Holland. Deze beslissing betrof de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de bewaring, gegeven op grond van artikel 15 van Pro de Uitleveringswet.
Het hof heeft de stukken bestudeerd en heeft de advocaat-generaal en de opgeëiste persoon, bijgestaan door diens raadsman, gehoord. De kern van de beoordeling betrof de vraag of hoger beroep mogelijk is tegen een dergelijke beslissing wanneer het hoger beroep door de raadsman van de opgeëiste persoon is ingesteld.
Op grond van artikel 56, tweede lid, van de Uitleveringswet, in samenhang met artikel 87 van Pro het Wetboek van Strafvordering, is hoger beroep alleen open voor de officier van justitie tegen beslissingen van de rechter-commissaris tot schorsing van vrijheidsbeneming. De wet biedt geen mogelijkheid voor hoger beroep door de raadsman van de opgeëiste persoon.
Daarom verklaart het hof de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk in zijn beroep. Deze beschikking is gegeven door de raadkamer van het hof op 1 juli 2015.
Uitkomst: Hof verklaart de opgeëiste persoon niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van bewaring.