Conclusie
1.Inleiding
2.Vrijheidsbeneming op basis van de Uitleveringswet
3.Het wettelijk kader voor opschorting of schorsing van uitleveringsdetentie
totdat de officier van justitie overeenkomstig artikel 36 in Pro kennis is gesteld van de beslissing van Onze Minister waarbij de uitlevering is toegestaan. De te stellen voorwaarden mogen alleen strekken ter voorkoming van vlucht.
81-88van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing.”
totdatde officier van justitie in kennis is gesteld van die beslissing. Verder biedt de Uitleveringswet geen andere mogelijkheid voor opschorting of schorsing van de uitleveringsdetentie. Daarbij merk ik op dat een strikte toepassing van art. 56 lid 1 UW Pro nadat de minister de uitlevering heeft toegestaan, geen gevaar van schending van art. 5 EVRM Pro hoeft op te leveren. [13] Immers, de rechtbank kan, zo nodig, ambtshalve of op verzoek van de gedetineerde of zijn raadsman de gevangenhouding van de opgeëiste persoon beëindigen (art. 37 UW Pro). Ook kan de rechtbank de eventuele verdere verlenging van de termijn voor aanhouding weigeren (art. 40 lid 2 UW Pro).
Uiteenlopende standpunten in de rechtspraktijk betreffende de beroepsmogelijkheid
afwijzendebeslissing van de rechtbank op een verzoek tot schorsing van de uitleveringsdetentie door gerechtshoven uiteenlopend te worden beantwoord.
5.Analyse van art. 56 lid 2 UW Pro
al dan niet tot schorsing[
cursief door mij, D.P.] van de uitleveringsdetentie”. Daaruit zou kunnen worden afgeleid dat de wetgever veronderstelde dat op grond van art. 65 lid 2 WOTS Pro beroep tegen een beslissing tot afwijzing van een verzoek tot schorsing (ook) mogelijk is. Daar staat dan weer tegenover dat de memorie van toelichting niet spreekt over het op één lijn brengen van de beroepsmogelijkheden met die in het Wetboek van Strafvordering, maar over het op één lijn brengen van de beroepsmogelijkheden in de Uitleveringswet met (het met art. 56 lid 2 UW Pro overeenkomende en niet nader toegelichte) art. 65 lid 2 WOTS Pro. Op zichzelf genomen, zegt dat dus niet zo veel. Gelet op het voorgaande meen ik dat de letter van de wet uiteindelijk zwaarder moet wegen.