Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klagers dienden een klacht in tegen de notaris over diens werkzaamheden bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster, met acht onderdelen waaronder vermeende ondeugdelijke financiële verantwoording, misleiding, onvoldoende transparantie, juridische fouten, en intimidatie.
De kamer voor het notariaat verklaarde de klacht ongegrond, stellende dat geen verwijtbaar handelen van de notaris was gebleken. Het hof bevestigt dit oordeel en oordeelt dat de notaris zijn rol als boedelnotaris niet onjuist heeft vervuld. Hoewel het hof erkent dat de notaris meer uitleg had kunnen geven over een specifieke transactie, acht het dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.
Ook de restrictie dat inzage in de administratie alleen mocht plaatsvinden door een accountant wordt als redelijk beoordeeld. Het hof concludeert dat de notaris geen misleidende informatie heeft gegeven, geen toezeggingen heeft geschonden, en niet heeft geïntimideerd. De klacht wordt dan ook ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris over de afwikkeling van de nalatenschap is ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.