De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het niet voldoen aan de verplichtingen uit de Leerplichtwet 1969 door gedurende de periode van 5 september 2013 tot en met 24 april 2014 niet geregeld naar school te gaan. In hoger beroep voerde de raadsman verweren tot vrijspraak en niet-ontvankelijkheid, onder meer omdat de verdachte kwalificatieplichtig was en inmiddels 18 jaar oud.
Het hof verwierp deze verweren, overwegende dat de tenlastelegging betrekking heeft op de verplichtingen uit de Leerplichtwet, waaronder ook de kwalificatieplicht valt, en dat het feit dat de verdachte inmiddels 18 is geworden het belang bij vervolging niet wegneemt. Ook was er geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.
Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte als jongere de leerplicht niet is nagekomen. Gelet op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoon van de verdachte, legde het hof een werkstraf van 40 uur op, met een bijkomende jeugddetentie van 20 dagen als vervangende straf bij niet-nakoming. Een deels voorwaardelijke straf werd niet passend geacht.
Het arrest vernietigt het vonnis van de kantonrechter en doet opnieuw recht, waarbij de verdachte strafbaar wordt verklaard en veroordeeld conform de opgelegde straf.