Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
15 maart 2016.
Hoge Raad
De zaak betreft een jongere die in de periode van september 2013 tot april 2014 niet geregeld onderwijs heeft gevolgd terwijl zij als leerling stond ingeschreven aan een school in Amsterdam. De tenlastelegging was gebaseerd op het niet voldoen aan de leerplicht volgens artikel 2 lid 3 van Pro de Leerplichtwet 1969.
Het hof verklaarde het feit bewezen en kwalificeerde dit als het niet nakomen van de kwalificatieplicht, omdat de verdachte geen startkwalificatie bezat. De verdediging voerde aan dat de tenlastelegging uitsluitend op leerplicht was gebaseerd en dat de verdachte daarom vrijgesproken moest worden, omdat zij kwalificatieplichtig was en niet leerplichtig.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de tenlastelegging juist heeft uitgelegd en dat het niet nakomen van de kwalificatieplicht ook onder de Leerplichtwet valt, zodat de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit correct is. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor het niet nakomen van de kwalificatieplicht.