Uitspraak
1.[geïntimeerde sub 1],
[geïntimeerde sub 2],
[geïntimeerde sub 3],
[geïntimeerde sub 4],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat de vraag centraal of en in welke mate mede-eigenaren van een mandelige muur verplicht zijn bij te dragen in de kosten van funderingsherstel. [Appellant] is eigenaar van een pand waarvan de linker funderingsmuur een mandelige muur vormt met het naastgelegen pand van [X], wiens erfgenamen de geïntimeerden zijn.
Na het opleggen van dwangsommen door het stadsdeel Amsterdam wegens niet voldoen aan het Bouwbesluit, is [appellant] gestart met het funderingsherstel, ondanks het ontbreken van volledige overeenstemming met [X] en later de erfgenamen over de kostenverdeling. De rechtbank kende slechts een deel van de gevorderde kosten toe, omdat zij oordeelde dat instemming van de mede-eigenaar noodzakelijk was voor het meerdere bedrag.
Het hof stelt echter dat artikel 5:65 BW Pro een afwijkende regeling geeft voor mandelige zaken, waarbij alle mede-eigenaren verplicht zijn bij te dragen in de kosten van noodzakelijke vernieuwing, ook zonder volledige overeenstemming, mits zij te goeder trouw overleg voeren. Het ontbreken van overeenstemming ontslaat de mede-eigenaar niet van zijn bijdrageplicht, hoewel onvoldoende overleg tot aanpassing van de bijdrage kan leiden.
Het hof oordeelt dat de rechtbank een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd en verwijst de zaak naar de rol voor nadere onderbouwing van de kostenverdeling. Tevens wordt een tussentijds cassatieberoep opengesteld. De zaak blijft daarmee nog niet definitief beslist.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat mede-eigenaren verplicht zijn bij te dragen in de kosten van noodzakelijk funderingsherstel van een mandelige muur, ook zonder volledige overeenstemming, en verwijst de zaak voor nadere onderbouwing.